Home | Achtergrond | Visie | Basiskennis | Depressie | Diabetes | LowCarb | Overgewicht | Vetfobie | Kokosvet | Praktijk | Backup | Biologisch | FAQ | Studies | Woordenlijst | Links | Contact | Forum | NIEUWSBRIEF

 

  Overgewicht

Click here for the English version

 

Onderwerpen:

 

Overgewicht en voeding

Andere factoren van invloed op overgewicht

Conclusie


Overgewicht en voeding

Over overgewicht doen veel verhalen en theorieën de ronde. De meest gangbare is: "Van vet eten word je vet". Een tweede overtuiging is dat, indien men meer energie inneemt dan men besteedt, energie wordt opgeslagen als lichaamsvet. Als bijkomstige verklaring voor het dik worden - en blijven - van mensen, wordt vaak de uitspraak gebruikt dat het "aan de gebrekkige wilskracht ligt van mensen die af willen vallen".

Feit of fictie?


Er zijn dus 3 gangbare verklaringen met betrekking tot het ontstaan van overgewicht en obesitas waar we mee te maken hebben:

  1. van vet eten word je vet

  2. indien je minder energie verbruikt dan je inneemt, word je dik en "calorie in=calorie uit" (ongeacht uit welk macronutriënt)

  3. jojo-effect en uitval bij afslankprogramma's liggen aan de gebrekkige wilskracht van de betrokkenen

Hieronder zet ik uiteen waarom ik denk dat deze aannames gebaseerd zijn op verouderde onderbouwingen en -verrassend-  minder overeenkomst hebben met de ware aard van het ontstaan van obesitas en overgewicht dan door velen wordt beweerd.

1) Van vet eten word je vet

Inleiding

De Westerse voeding bestaat voor het grootste deel uit koolhydraten. De gemiddelde inname in Nederland van de gehele bevolking is voor koolhydraten 46,4 energie%, voor vetten 35,9 energie% en voor eiwitten 14,8 energie%.1

Een heel duidelijke obesitasepidemie doet zich in de VS voor: in de VS tussen 1971 en 2000 is de inname van vetten met gemiddeld 3,7 % gedaald, de inname van verzadigd vet met 2,3 % gedaald, de koolhydraatinname met gemiddeld 6,4 % gestegen, en de prevalentie van obesitas gestegen van 15 naar 31 %. Daar at men in 2000 zelfs nog meer koolhydraten (en minder vet!!) dan in Nederland: respectievelijk 49,0 % en 32,8 %.2 (Volledigheidshalve moet daarbij worden gezegd dat de inname van energie weliswaar ook steeg. We zullen echter nog zien, dat een stijging van energie alléén geen doorslaggevende reden hoeft te zijn als het gaat om het aankomen in gewicht...bovendien maakt men in de NHANES-studie duidelijk dat de stijging van energie-inname is toe te schrijven aan koolhydraatconsumptie. Immers, de inname van overige voedingsgroepen daalde...))

In de laatste 25 jaar is ook in Nederland het aantal gevallen van obesitas gestegen: een verdubbeling tot 10% onder volwassenen. In de leeftijdsgroep 2 tot 20 jaar was het aantal gevallen obesitas in 1997 gemiddeld 11,5 procent. Het aantal meisjes van 6 dat obesitas had was t.o.v. 1980 verdubbeld en het aantal jongens van 6 met obesitas t.o.v. 1980 verdrievoudigd. Men verwacht een verdubbeling van deze cijfers in 2020. 3

Omhoog

Uiteenzetting

Een toename van het eten van koolhydraten en een afname van het percentage vetten in de voeding heeft blijkbaar niet voor een lagere aanwezigheid van overgewicht en obesitas gezorgd in de VS.

Op lichamelijk niveau valt dit als volgt uit te leggen middels een systeem dat aan begrip wint:

Insuline is het hormoon dat wordt vrijgegeven wanneer koolhydraten in het bloed komen. Zonder insuline komt glucose de lichaamscellen niet in en kan het niet worden verbrand. Insuline verhindert tevens dat de vetverbranding optreedt, doordat de afgifte van zijn tegenhanger - glucagon - wordt voorkomen. Sterker nog: insuline stimuleert de vetsynthese. (Waarom dit een kernachtig probleem in het ontstaan van obesitas kan vormen , wordt verderop uitgelegd onder punt 3!!).

Glucagon zorgt voor de mobilisatie van lichaamsvet en de formatie van ketonen - een alternatieve brandstof in het geval van een laag glucosegehalte. In een voeding waar, door toedoen van koolhydraten met een hoge glycemische index of glycemische lading, de insulinespiegel in het bloed gedurende lange perioden hoog blijft, is vetmetabolisme per definitie niet of nauwelijks mogelijk4. Des te meer koolhydraten of eiwitten er in de "verbrandingsmix" zitten, des te minder vetten bijdragen aan deze mix. In plaats van verbrand te worden, worden de vetten dan opgeslagen als lichaamsvet5.

De gedocumenteerde waarneming dat het aantal gevallen van overgewicht is blijven groeien ondanks een verlaagde energie-inname, een verlaagde vetinname en een verhoogde (high GI/GL) koolhydraatinname 2 zou het 'gut-feeling' van een proper voelend mensen op zijn minst moeten prikkelen, en aanzetten tot een heroverweging van gedane statements ten aanzien van de voedingskundige oorzaak van het ontstaan van lichaamsvet.5,6,7

Bovendien slaan resultaten veel positiever uit in de HFLC hoek dan in de conventionele, zoals in dit onderzoek, waarin men een high-fat/low-carb (HFLC)-dieet of een conventioneel dieet geeft aan obese mensen . Ook met betrekking tot risicofactoren ten aanzien van atherogene afzettingen en glycemische controle scoort het HFLC-dieet beter.8

Kokosvet

Kokosvet blijkt verrassend effectief te zijn als het gaat om afvallen. Kokosvet is een van de weinige plantaardige verzadigde vetten. De meeste verzadigde vetten zijn namelijk van dierlijke oorsprong. In gebieden met een hogere temperatuur wordt kokosvet vloeibaar, en heet het....kokosolie.

Het is in primitievere culturen al heel lang in gebruik en in culturen waar dit vet wordt gebruikt komen significant minder hart- en vaatziekten en overgewicht voor! Kokosvet heeft zich bovendien in heel veel studies al bewezen als middel tegen ongewenste bacteriën, virussen, schimmels en parasieten en doet in heel veel gevallen de virushoeveelheid in het bloed van HIV-/AIDS-patiënten dusdanig dalen, dat het niet meer in het bloed kan worden aangetoond...U leest dit heel juist! Het virusgetal kon in patiënten niet meer worden aangetoond indien zij elke dag 50 gram kokosvet/ -olie kregen.

Lees hier meer over kokosvet en waar u het kunt verkrijgen in Nederland. Of klik direct door naar een website over kokosolie.

Omhoog

 

Schrijf u nu in op de HealthFoods Nieuwsbrief en ontvang mijn E-book "Kokosolie: verzadigd van gezondheid" t.w.v. € 27,50 GRATIS

 

 

Naam
Email

 

2) Indien je meer energie inneemt dan je verbruikt word je dik en "calorie in = calorie uit", ongeacht uit welk macro-nutriënt

Op zich lijkt dit een aannemelijke verklaring voor het ontstaan van obesitas en overgewicht. Echter, in het rapport van het RIVM dat over Nederlandse voedingsgewoonten en het voorkomen van obesitas handelt, claimt men geen harde cijfers te hebben over een eventuele daling van de mate van beweging ten opzichte van de energie-inname, terwijl wél duidelijk is dat de gemiddelde energie-inname in de laatste 25 jaar met 5% is gedaald.2  (In Nederland dus wél, in de USA dus niet...)

Het statement, dat als je meer afvalt indien je meer beweegt, kan in ieder geval op grond van cijfers niet worden gestaafd. Net zo min kan de toename van de incidentie van obesitas worden toegeschreven aan de gemiddelde energie-inname in Nederland, omdat de cijfers juist indiceren dat de gemiddelde energie-inname is gedaald.

Sondike 9 zette obese mannelijke adolescenten op twee verschillende gewichtsverliesprogramma's. Het ene was een vetarm programma dat gemiddeld 1100 calorieën per dag opleverde en het andere een Atkins programma dat tussen 1500 en 2500 calorieën viel. De jongens op het Atkins programma verloren aanzienlijk meer gewicht en hielden zich beter aan de regels dan de vetarme patiënten. Van de negen patiënten die het programma een jaar bleven volgen, waren acht in de koolhydraatbeperkte groep, terwijl slechts één uit de vetarme groep kwam.

Een tweede onderzoek door Walter Willett 10 en de zijnen gaf ook een bijzondere uitkomst: een groep mannen en vrouwen met overgewicht werd op een van de volgende programma's gezet:

  • een         vetarm           programma van 1500 kilocalorieën (vrouwen) of 1800 kilocalorieën (mannen)

  • een koolhydraatbeperkt programma van 1500 kilocalorieën (vrouwen) of 1800 kilocalorieën (mannen), of:

  • een koolhydraatbeperkt programma van 1800 kilocalorieën (vrouwen) of 2100 kilocalorieën (mannen).

Raadt u al waar het verhaaltje naar toe gaat?

Inderdaad: De mannen en vrouwen op het koolhydraatbeperkte programma met de meeste calorieën (1800/2100) verloren meer gewicht dan de mannen en vrouwen op het vetarme dieet met 1500/1800 calorieën. Mensen uit de middelste groep vielen het meeste af. De verklaring hiervoor is, dat koolhydraatarme programma's tot een groter gewichtsverlies leiden dan een vetarm programma met evenveel calorieën omdat het veel makkelijker blijkt te zijn om je aan een koolhydraatbeperkt programma te houden, voornamelijk omdat je minder honger hebt door een betere beheersing van de bloedsuikerspiegels. In veel onderzoeken waarin men een lowfat met een moderate-fat of high-fat groep vergelijkt is de uitval in de eerste groep vaak het hoogst. Bovendien wordt door de reductie van het aantal koolhydraten in combinatie met een bijkomstige verhoging van de hoeveelheid vetten, de afbraak van het lichaamseigen vet gestimuleerd, waardoor deze gestaag verdwijnt.

Het wordt nóg gekker...

Recentelijk (2004) werden door Feinman en Fine andere, diepgaande(re) verklaringen gegeven voor het fenomeen, dat mensen meer afvallen op lowcarb diëten dan op lowfat diëten.11,12

Sinds lange tijd heeft men in de voedingskunde de idee aangehangen dat "een calorie een calorie is", met andere woorden, dat het niet uitmaakt, uit welke soort macronutriënt de calorie komt, als het maar niet teveel is. Veel afvalprogramma's zoals Weight Watchers, maar ook elk conventioneel gepropageerd afvalprogramma, die met calorieën tellen werken, zijn immers op dit idee gebaseerd. Door het aantal calorieën drastisch te minderen, zou gewichtsverlies worden bereikt. (We hebben hierboven gezien, dat het verhaaltje iets genuanceerder ligt...)

Maar Feinman en Fine tonen met een revisie op de wetten van de thermodynamica aan, dat de ene calorie beslist niet de andere is.

De 'truc' zit hem in het volgende: wanneer iemand een voeding van 2000 kcal krijgt (theoretische voedingswaarde) zal de effectief bruikbare energie < 2000 kcal zijn. In hun uiteenzettingen laten Feinman en Fine bijvoorbeeld zien, dat de effectieve, dus "netto" energie van een dieet van 2000 kcal op basis van 55 energie% koolhydraten, 30% vet en 15 % eiwitten 1848 kcal is. Dit komt door het begrip wat in voedingskunde 'thermic effect of food'  (TEF) wordt genoemd, oftewel het warmte-effect van voeding, en dit wordt ook wel de thermogenese genoemd. Uit literatuurstudies komt naar voren dat de TEF voor vet 2,5%, voor koolhydraten 7% en voor eiwitten 27,5% is.

Feinman en Fine tonen voorts aan, dat wanneer calorieën van koolhydraten in gelijke mate worden herverdeeld over eiwitten en vetten, de effectieve energie van de oorspronkelijk 2000 kcal verder daalt. Dit houdt dus in dat er meer energie als warmte verdwijnt en minder overblijft als energie voor essentiële lichaamsprocessen zoals het produceren van energie (ATP). Wanneer er in de voeding nog maar 8 energie% koolhydraten zitten, is de effectieve energie van de oorspronkelijke 2000 kcal zelfs nog maar 1710 kcal.

Omhoog

Dit is wat Feinman en Fine het 'metabolische voordeel' van lowcarb diëten noemen.

Als theoretische onderbouwing van conventionele afvaldiëten die zijn gebaseerd op het verminderen van het aantal te consumeren kilocalorieën, werd tot nu toe uitsluitend uitgegaan van de 1e Wet van de thermodynamica. Maar, zoals Feinman en Fein zeggen, deze wet voldoet an sich niet, omdat 1) in een reëel biologisch systeem geen behoud van energie bestaat (er treedt verlies van energie op als warmte, als energiekosten voor het recombineren van atomen), en 2) essentiële aspecten uit de 2e Wet van de thermodynamica dicteren dat entropie een belangrijke rol speelt en voorspélt dat de theoretische energie ongelijk is aan de reële energie van een (biologisch) systeem. De entropie neemt in een biologische systeem per definitie toe, waardoor de beschikbare energie lager wordt. (Lees hier een uitgebreidere scheikundige uitleg)

Dit model verklaart, waarom je niet noodzakelijkerwijs dik hoeft te worden indien je (op papier) meer energie  inneemt dan je verbruikt en waarom de 'ene calorie' beslist niet 'de andere' is.

De proeven van Sondike et al en Greene et al mogen als enkele praktische voorbeelden dienen voor de theoretische uiteenzettingen van Feinman en Fine. Minder recente praktische voorbeelden dateren zelfs uit het begin van de 20e eeuw.

Montignac

Michel Montignac, de stichter van de methode Montignac, had eveneens jaren geleden al een plausibele verklaring voor het gegeven dat klassieke afslankdiëten uiteindelijk geen soelaas bieden:

"Gesteld dat de mens 2500 calorieën per dag nodig heeft en dat gedurende een langere periode de calorietoevoer volgens deze behoefte heeft plaatsgevonden. Als de hoeveelheid calorieën plotseling terugvalt naar 2000, wordt inderdaad een evenwaardige hoeveelheid reservevetten gebruikt en kunnen we gewichtsverlies constateren. Als daarentegen de calorieëntoevoer voortaan op 2000 calorieën blijft staan tegen 2500 daarvoor, zal het lichaam, daartoe aangespoord door zijn overlevingsinstinct, heel snel zijn energiebehoefte regelen naargelang de toevoer. Omdat het maar 2000 calorieën krijgt, maakt het maar 2000 calorieën op. Het gewichtsverlies wordt dus snel onderbroken. Maar daar blijft het niet bij. Het overlevingsinstinct spoort het aan tot een grotere voorzichtigheid, zodanig dat het reserves gaat kweken. Als het voortaan nog maar 2000 calorieën krijgt, nou, dan vermindert het gewoon zijn energiebehoefte, naar bijvoorbeeld 1700 calorieën en het slaat het verschil van 300 calorieën op als reservevetten."

Uit: 'Ik ben slank want ik eet - of De geheimen van onze voeding', Montignac, M., Artulen, Valkenswaard (1996)

Omhoog

 

3) Het "jojo-effect" en uitval bij afslankprogramma's ligt aan de gebrekkige wilskracht van de betrokkenen

De trend die nu in zowel kleinschalige als grootschalige wetenschappelijke onderzoeken heerst, is een revisie van de aannamen die met de lipid hypothesis zijn gedaan, en dat het het overschot aan onnodige koolhydraten dat wordt geconsumeerd ligt, dat een obesitasepidemie heeft kunnen plaatsvinden.

Het is daarom misschien juist wel impliciet in low-fat/ high-carb afvaldiëten ('conventionele afvaldiëten') gelegen, dat zo'n dieet niet kan worden volgehouden.

Hoe kan dit?

Een zeer groot aandeel wetenschappelijke studies heeft onderzoek gedaan naar een disbalans in de stofwisseling die hyperinsulinemie wordt genoemd.

Op hun website www.carbohydrateaddicts.com beschrijft het Amerikaanse artsenpaar Heller hoe de staat van hyperinsulinemie heel vaak niet gediagnosticeerd blijft in (obese) personen die daar wel degelijk aan lijden en hoe deze metabolische stoornis leidt tot een koolhydratenverslaving. Hyperinsulinemie heeft veel aandacht van huidige onderzoek en wordt vaak geïmpliceerd in obesitas en pre-diabetische perioden. De ontstaansoorzaken van het jo-jo-effect kunnen heel goed verklaard worden met dit model, waarin de nieuwste inzichten op het gebied van insulinemetabolisme en glucosemetabolisme werken.

Hoe werkt het dan?

Wanneer een koolhydraatrijke maaltijd wordt gegeten, geeft het lichaam allereerst een vaste dosis insuline af in het bloed, ongeacht de hoeveelheid koolhydraten. Als na een uur blijkt dat het lichaam te weinig insuline had afgegeven, wordt insuline in een tweede fase afgescheiden, maar nu naar behoefte.

Wanneer nu in aanhoudende perioden teveel én te vaak koolhydraatrijke maaltijden met een hoge glycemische index en/ of lading worden gegeten (cola, andere suikerhoudende dranken, snoepjes, pasta's , brood, suiker in de thee/ koffie), krijgt het lichaam met een overschot aan insuline te maken: het lichaam ontwikkelt hyperinsulinemie. Dit houdt in, dat het lichaam chronisch met een te hoog insulinepeil zit. Paradoxaal genoeg neemt de gevoeligheid van insulinereceptoren op de lichaamscellen AF bij een te lange, te hoge aanwezigheid van insuline. Insuline heeft bijkomstig een effect op de afgifte van het hormoon serotonine, waardoor het gevoel van bevrediging, dat na een maaltijd behoort in te treden, uitblijft: het gevoel van willen bevredigen blijft bestaan wat resulteert in het herhaalde bevredigen van honger.

Dit is precies waar de vicieuze cirkel begint: een te hoog insulinepeil vráágt om meer eten {koolhydraten, want a) onze voeding bestaat voor het grootste aandeel uit koolhydraten en b) het lichaam heeft de relatie tussen koolhydraten en de endorfinen reeds gelegd voor u}, waardoor netto gezien zowel insuline als glucose te lang in het bloed blijven, omdat de insulinereceptoren inmiddels óók niet meer naar behoren functioneren. De koolhydraatverslaving is feitelijk begonnen.

Bovendien stimuleert insuline de vetsynthese, en worden de overtollige koolhydraten als VET opgeslagen. Ook is gevonden dat serumwaarden voor insuline in obese mensen veel hoger zijn dan in 'normale' mensen.

Wat zijn de kenmerken van koolhydraatverslaving?

  • een dwingende behoefte aan koolhydraatrijke voeding

  • een escalerende of buitensporige hunkering naar zetmeelrijke producten, snacks, junkfood en suikerrijke producten

Het is een wetenschappelijke waarschijnlijkheid dat obese of zwaarlijvige mensen, die wordt verweten "dat zij het zelf in de hand hebben, omdat ze teveel eten" het helemaal niet zelf in de hand hebben, omdat hun verstoorde metabolisme en bijkomstig: koolhydratenverslaving, zoals geschetst met het geval van hyperinsulinemia en afname van gevoeligheid van insulinereceptoren, hen op fysiologisch niveau dwingt naar meer koolhydraten te hunkeren dan zij nodig hebben.

In veel studies die mensen in een low-carb en een low-fat groep bestuderen, is de uitval het hoogst in de low-fat groep. Mensen in lowcarb en/ of high-fat groepen kunnen zich beter aan het dieet houden door factoren als verzadiging en beheersing van de bloedsuikerspiegel.

Hoeveel mensen zouden daadwerkelijk een koolhydratenverslaving hebben ontwikkeld sinds het tijdperk waarin de hoge GI/GL-producten overvloedig zijn aangeprezen in reclames en TV-spotjes?

Welke implicaties zou dit hebben voor het sociale isolement van veel obese mensen?

Ik denk dat de term "vetzucht" een misplaatste uitdrukking is, die eigenlijk vervangen zou moeten worden door "zetmeelzucht" of "suikerzucht". Het is volgens mij namelijk niet de behoefte naar vet die mensen zo excessief doet eten...

Omhoog

Evaluatie

Fictie.

De 3 "heersende" verklaringen over het ontstaan van obesitas, zijn niet helemaal waterdicht en ook niet dekkend voor de verklaringen voor het ontstaan voor overgewicht/ obesitas. Nieuwe en zich snel ontwikkelende inzichten in vet- en koolhydraatmetabolisme en het ontstaan van stoornissen als diabetes en hyperinsulinemie werpen een nieuw licht op de werkelijke ontstaanswijzen van deze stoornissen. Overgewicht is niet alleen maar een simpel verhaaltje van 'energie in=energie uit'. Het blijkt dat we wel degelijk een onderscheid kunnen en moeten maken tussen de herkomst van de calorieën uit de verschillende macronutriënten.

Bovendien scoren lowcarbdiëten "in 99 van de 100 gevallen" op alle fronten beter dan conventionele caloriebeperkte en/ of vetbeperkte diëten.

"Moderne" oplossingen, zoals Optimal Nutrition of Atkins, - of vergelijkbare low carb of lowcarb/high-fat/high-protein leefwijzen - sluiten het probleem van wisselende bloedsuikerniveaus meedogenloos uit. Echt modern is dit niet...'wij' aten altijd al high fat/ high protein!!

In mijn opinie biedt een overstap naar een voedingsbenadering waar overtollige en lege koolhydraten plaatsmaken voor smakelijke vetrijke producten met een hoge voedingswaarde een praktische weg om deze nieuwe inzichten eer aan te doen, maar het allerbelangrijkste: uzelf eer aan te doen!!

 

Andere factoren van invloed op overgewicht

 

Ondanks dat overgewicht vaak wordt gerelateerd aan voeding en bewegen, zou het mijns inziens veel te simplistisch zijn om overgewicht te verklaren met slechts deze twee grote invloedfactoren alléén. Andere, eveneens belangrijke, zo niet: soms belangrijkere factoren zijn geïdentificeerd als zijnde van grote invloed op het ontstaan of instandhouden van overgewicht. Dit materiaal is overgenomen van http://www.myhealthyguide.com , via de nieuwsbrief van de amerikaanse arts Joseph Mercola (zie www.mercola.com).

 

1. Te weinig slaap

Onvoldoende slaap (minder dan 7 tot 9 uur) vergroot de eetlust en hongergevoelens en grijpt in in de hormonale regulatie van de vetverbranding. Onderzoek laat zien dat minder slaap tot meer overgewicht leidt. Slaaptekort resulteert in verlaagde leptinewaarden, een eiwit dat het lichaamsvet "regelt", en verhoogt het ghreline, die de voedselinname verhoogt. Het is waargenomen dat in de laatste 50 jaar, het gemiddeld aantal uren slaap is gedaald van ruim 9 naar ongeveer 7. Volgens onderzoekers in het International Journal of Obesity zijn deze veranderingen "consistent met  chronisch slaaptekort hetgeen leidt tot een verhoogd risico op overgewicht".

2. Gifstoffen
Hormonale ontregelaars, synthetische chemicaliën die worden gevonden in pesticiden en sommige plastics, kunnen het lichaam binnenkomen via de voeding en zich bemoeien met het werk van de hormonen. Bij hogere aanwezigheid van deze ontregelaars is er ook sprake van verhoogde BMI. De waarden van deze chemicaliën neemt toe in het milieu en in moedermelk is het gehalte van dit soort stoffen sinds 1972 elke 5 jaar verdubbeld. Dat is in 2007 dus een factor 128 keer zo hoog dan in 1972.

3. Comfortabele temperaturen
Huizen zijn nu warmer dan zo'n 30 jaar terug. De gemiddeld temperatuur in huizen in Groot-Brittannië is gestegen van 13 naar 18 graden Celsius sinds 1970. In het zuiden van de VS, waar de hoogste aantallen van obesitas zijn is het percentage huizen met airco gestegen van 37 tot 70 procent. er is wat bewijs dat leven of werken op plekken waar de temperatuur "comfortabel" is bijdraagt aan gewichtstoename. Dit komt doordat het lichaam nu geen moeite hoeft te doen om warm of juist koud te worden. De calorieën worden dus niet opgebruikt. "Blootstelling aan temperaturen boven of onder de thermoneutrale zone doet het energieverbruik stijgen, waardoor vetmassa afneemt", aldus de onderzoekers.

4. (Niet) roken
Onderzoek laat zien dat rokers minder wegen dan niet-rokers en dat zij aankomen indien zij stoppen. Nicotine werkt als een onderdrukker van de eetlust. In de laatste decennia is het aantal gevallen van obesitas gestegen en het aantal rokers gedaald. Tussen 1993 en 2004 is het aantal rokende mannen gedaald van 28 naar 22 procent. De onderzoekers:"Onderzoekers aan het Center for Disease Control and Prevention (CDC) schatten dat tussen 1978 en 1990 stoppen met roken verantwoordelijk is geweest voor een kwart van het aantal gevallen van obesitas in mannen en voor een zesde in het geval van vrouwen".

[Opm.: het is bekend dat sommige rokers naar overmatig snoepen of snacken overstappen. Ook is het mogelijk dat het lichaam zich moet aanpassen aan vernieuwde omstandigheden, nu de nicotine uit het systeem is gehaald. Het is mijns inziens zeker niet verstandig om te roken om overgewicht tegen te gaan en indien je als roker stopt, moet je uit overtuiging stoppen, zodat je niet in herhaling vervalt, maar dan afgereageerd met snoep.

Ik heb persoonlijk de nodige steun in de rug gehad met de methode van Allen Carr. Ik geef eerlijk toe dat het ook met Allen Carr niet in één keer lukte - ieder zijn eigen proces en tijd - maar dat het wel een zeer groot stuk de juiste richting op ging mèt hem. Ik kan nu zeggen dat ik een 100% tevreden mens ben met een 0,0% hunkering naar sigaretten. En dat voor iemand die toch echt één pakje filtersigaretten en daarbij nog meerdere shaggies per dag rookte...Dus neem van mij aan: als IK kan stoppen met roken, kunt u het ook...(ik verbaas me heel soms nog steeds over hoe onmogelijk ik het zag vóór ik stopte, en hoe eindeloos makkelijk en comfortabel het niet-roken nu is!!)]

Omhoog


5. Medicijngebruik
Antidepressiva, middelen tegen stuiptrekkingen, antidiabetica, middelen tegen hoge bloeddruk, voorbehoedsmiddelen en antihistaminen zijn allen gerelateerd aan gewichtstoename. Bètablokkers kunnen resulteren in een gewichtstoename van 1.4 kg. Eén studie naar orale voorbehoedsmiddelen liet zien dat men hierdoor gemiddeld 5 kilogram kan aankomen. "Veel farmaceutica (zoals deze) zijn geïntroduceerd of het gebruik ervan is drastisch gestegen in de laatste drie decennia", zeggen betrokken wetenschappers. Met name het gebruik van antidepressiva is in de laatste 30 jaar drastisch gestegen.

6. Ouder worden
Naarmate mannen en vrouwen ouder worden, neemt het gewicht toe. Vrouwen komen na hun 35 aan door hormonale en metabole veranderingen. Bij mannen zijn oorzaken zoals diabetes vaak de veroorzaker van buikvet. Ontwikkelde landen zoals de UK en de VS, die hogere aantallen gevallen van obesitas hebben, hebben nu een oudere bevolking. Tussen 1970 en 2000 is het aantal volwassen van 35-44 jaar gestegen met 43 procent. "Het is waarschijnlijk dat deze demografische veranderingen in ieder geval kleinschalig bijdragen aan de hogere prevalentie van obesitas," aldus de wetenschappers.

7. De leeftijd van je moeder
Studies naar Britse kinderen hebben gevonden dat het risico op obesitas stijgt met de leeftijd van hun moeder. In 9-jarigen is de kans 14,4 procent hoger om obees te worden met elke 5 jaar dat de moeder ouder was bij de geboorte. Eén theorie is, dat, terwijl vrouwen ouder worden, hun kroost minder eiwitten krijgen die zij nodig hebben om hun vetmassa te reguleren. De leeftijd van kinderbarende vrouwen stijgt globaal. In Groot-Brittannië is deze leeftijd met 1,4 jaar gestegen in 10 jaar tijd.  "De toename in de leeftijd van moeders zou een 7 procent verhoogde kans op obesitas kunnen geven", aldus de wetenschappers.

8. Laag geboortegewicht
Onderzoek suggereert dat een laag geboortegewicht, en de snelle inhaalrace die daarop vaak volgt, het risico op obesitas kan verhogen. Moeders die zelf ene verlaagd geboortegewicht hadden, hebben een verhoogde kans op zwangerschapsdiabetes, en dit is op zijn beurt weer een risicofactor voor overgewicht van het kind. Overvoede baby's hebben ook een kans op obesitas en deze effecten kunnen over meerdere generaties heen overerfbaar zijn. De incidentie van een laag geboortegewicht is in de VS gestegen tot 7,8 procent in 2002, het hoogste sinds 30 jaar.

9. Genen
Onderzoek bij mensen en dieren suggereert dat BMI erfelijk kan zijn. Er zijn ook aanwijzingen dat mannen en vrouwen met een genetische aanleg voor meer vetmassa zich sneller voortplanten. Des ste hoger de BMI van de ouders, des te meer kinderen. Als mannen en vrouwen met een hogere BMI zich sneller voortplanten, dan zal di resulteren in meer kinderen met genen die zorgen voor een erfelijke aanleg voor obesitas.

10. De partnerkeuze van je ouders
Mannen en vrouwen met een erfelijke aanleg tot een hogere BMI zoeken elkaar eerder op. Dit verschijnsel staat bekend als "selectieve koppeling" [ vertaald van 'assortative mating' ]. Doordat BMI deels wordt geërfd, verhoogt dit het aantal geboren kinderen die een erfelijke aanleg hebben tot obesitas. Omdat het aantal erg dunne mensen vrijwel constant is gebleven, lijkt selectieve koppeling het gemiddelde gewicht van de bevolking te doen stijgen. Gecombineerde aanwijzingen suggereren dat selectieve koppeling heeft bijgedragen aan  de obesitasepidemie, volgens de onderzoekers. 

 

Conclusie

 

Aan punt 6 t/m 10 kunnen we - voor onszelf althans - helaas niets meer doen. Maar wel aan de eerste 5 punten!

Ogenschijnlijk zijn voeding en beweging niet per definitie de enige belangrijke factoren in het beschouwen van (de oorzaken van) overgewicht. Wellicht is het een en ander samen te vatten in de vorm van het volgende advies:

 

heb, als u echt aan het terugdringen van overgewicht wilt werken, aandacht voor de volgende zaken:

  1. de voor u juiste voeding

  2. de voor u juiste beweging [een wandeling van een uur is beter dan jezelf een half uur kapot rennen  als je vet wilt verbranden]

  3. voldoende slaap [7-9 uur gemiddeld]

  4. ontlasting van gifstoffen [ Hoe dan? Nou, bijvoorbeeld met een sapvastkuur, hoog geconcentreerde Aloë Vera drank, chlorella, betere voeding in het algemeen, minder vlees eten (u staat aan het eind van de voedselketen en hoe dichter u bij de bron zult eten (dus plantaardig) des te minder afvalstoffen u zeer zeker binnen zult krijgen, een dier - en zijn vlees - verzamelt deze helaas alleen maar voor u), tarwegrassap, geen aluminiumhoudende deodoranten meer gebruiken, maar bijvoorbeeld kokosolie als deodorant, voldoende water drinken, en ga zo maar door, er zijn legio mogelijkheden ] 

  5. natuurlijke omgevingstemperaturen [ geen airco in de zomer, geen 25 graden in de winter stoken, ook beter voor generaties na ons ]

  6. als het enigszins kan: niet of zo weinig mogelijk roken [ en neem van mij aan: dit kunt u]

  7. als het enigszins kan: zo min mogelijk gebruik van medicijnen [ 67% van de diabetici in Polen die bijvoorbeeld op het Optimal Diet van Kwasniewski werden gezet, kon na introductie van dit dieet zonder insuline. Dus, ook dit kan!! ] 

Omhoog


 

Bronnen

1. Voedselconsumptiepeiling 1998, Voedingscentrum (1998), Delft Drukkers

2. http://www.cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/mm5304a3.htm, Trends of intake of energy and macronutrients - United States, 1971--2000, Centre for Disease Control and Prevention, 2004

3. http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270555007.pdf "Ons eten gemeten" (2004), Bohn en Stafleu van Loghum, Houten

4. http://www.jpands.org/vol9no4/ottoboni.pdf

5. "Understanding normal and clinical nutrition", Whitney, E.N. et al, 6e editie 2002, Wadsworth.

6. Bell SJ, Sears B, "Low-glycemic-load diets: impact on obesity and chronic diseases", Crit Rev Food Sci Nutr. 2003;43(4):357-77

7. Nielsen JV, Jonsson E, Nilsson AK, "Lasting improvement of hyperglycaemia and bodyweight: low-carbohydrate diet in type 2 diabetes--a brief report", Ups J Med Sci. 2005;110(1):69-73

8. Stern L et al, "The effects of low-carbohydrate versus conventional weight loss diets in severely obese adults: one-year follow-up of a randomized trial", Ann Intern Med. 2004 May 18;140(10):778-85

9. Sondike, S.B., et al., "Effects of a Low-Carbohydrate Diet on Weight Loss and Cardiovascular Risk Factor in Overweight Adolescents," The Journal of Pediatrics, 142(3), 2003, pag. 253-258

10. Greene, P., Willett, W., Devecis, J., et al., "Pilot 12-Week Feeding Weight-Loss Comparison: Low-Fat vs Low-Carbohydrate (Ketogenic) Diets," Abstract Presented at The North American Association for the Study of Obesity Annual Meeting 2003, Obesity Research, 11S, 2003, page 95OR.

11. Feinman RD, Fine EJ, "A calorie is a calorie" violates the second law of thermodynamics", Nutrition Journal, juli 2004, 3:9 (Full text, PDF)

12. Fine EJ, Feinman RD, "Thermodynamics of weight loss diets", Nutrition & Metabolism, december 2004, 1:15 (Full text, PDF)

13. Ege SN, 'Organic chemistry', D.C. Heath and Company, 3d edition, 1994, p.98-101

 

 

 

 

 

Home | Achtergrond | Visie | Basiskennis | Depressie | Diabetes | LowCarb | Overgewicht | Vetfobie | Kokosvet | Praktijk | Backup | Biologisch | FAQ | Studies | Woordenlijst | Links | Contact | Forum | NIEUWSBRIEF